Verhaal: ‘Bank-contact: Guy’

Met zijn bank als een verlengstuk van zichzelf trekt Dieter Missiaen deze zomer door Brugge. Hij leert zijn stadsgenoten beter kennen onder de gevleugelde titel ‘Bank-contact’.

Vandaag strijkt hij neer in de wijk Male.

“Bel daar maar eens aan!”, antwoordt een buurtbewoner wanneer ik hem uitnodig voor een bankcontact-moment. Hij wijst naar het huis van zijn overburen. “Hun zoon is ook actief in de circuswereld.” Misschien zorgt het uitzonderlijke beeld van ‘man met plank op stap’ voldoende om hem in die richting te laten denken.

Omdat ik vermoed wie hun zoon is, bel ik voor de eerste keer ergens aan. Een man opent de deur en kijkt me verrast en onderzoekend aan. Hij is aan het opruimen en verwacht bezoek, maar via het achterpoortje leidt hij me toch naar zijn tuin. Omdat het heel warm is, plaatsen we de bank op een schaduwrijke plek.

Mijn vermoeden wordt bevestigd. Zijn zoon, Joris, zit inderdaad in de circuswereld. Terwijl we gaan zitten belt hij hem op en zet zijn telefoon op speaker:” Joris, ik heb bezoek van iemand die je kent. Iemand van bankcontact.” “Dag Joris! Ik ben op stap voor bankcontact en belandde per toeval bij je ouders.” Joris lacht: “Leuk! Doe ze de groeten!”

Nadat vader en zoon nog een grapje maken over bankcontact en fraude, verdwijnt zijn gsm in zijn zak en krijg ik een glaasje water aangeboden. De man heet Guy en werkte vroeger bij de politie. Hij werkte in Brussel bij de cel internetfraude en internetcriminaliteit.

Met de woorden ‘gebrakt en gespogen’ maakt Guy duidelijk dat hij een rasechte Bruggeling is. “Wist je dat er een tructje bestaat voor de West-Vlamingen om te weten of je een woord met ei of ij schrijft? De meeste woorden met ij spreken wij met de West-Vlaamse i uit, zoals ijzer, wijn, ijs…”

Wat later arriveren zijn bezoekers. Zittend vanop mijn bank, zie ik hoe ze elkaar na lange tijd hartelijk begroeten. Er wordt zelfs even gezongen. Even later neem ik afscheid zodat ze samen kunnen genieten van het terugzien. Guy loop nog even met me mee. Hij maakt duidelijk dat hij niet zomaar zijn zoon opbelde. “Het checken van mijn bronnen is nog een restant uit mijn politieverleden. Maar bij jou voelde ik wel meteen aan dat je te vertrouwen bent”. Het achterpoortje gaat dicht met de woorden dat ik altijd opnieuw welkom ben.